Het stigma is verdwenen. Waar tweedehands kopen vroeger werd geassocieerd met muffe kringloopwinkels, krappe budgetten en de geur van oude zolders, is het anno 2026 een statussymbool van financieel inzicht en duurzaam bewustzijn. We noemen het niet meer ‘gebruikt’, we noemen het ‘pre-owned’, ‘vintage’ of – als er een schroevendraaier aan te pas is gekomen – ‘refurbished’. En laten we eerlijk zijn: wie vandaag de dag nog de volle mep betaalt voor een gloednieuwe iPhone of een designerjas, is geen slimme consument, maar een dief van zijn eigen portemonnee.
De opkomst van de professionele tussenpersoon
De grootste verandering in dit landschap is de professionalisering. Vroeger was je voor tweedehands spullen aangewezen op Marktplaats. Dat was, en is soms nog steeds, het Wilde Westen. Je maakt een afspraak met ‘Henk uit Apeldoorn’, maakt geld over en hoopt vervolgens dat er daadwerkelijk een pakketje aankomt en dat er geen baksteen in zit. Die onzekerheid hield de grote massa tegen.
Nu zien we de opkomst van platformen die die onzekerheid wegnemen. Kijk naar de markt voor elektronica. Bedrijven als Swappie, Refurbed en Leapp hebben de markt volledig opengebroken. Ze bieden iets wat Henk uit Apeldoorn niet kan: garantie. Als ik een refurbished iPhone 14 koop met het label ‘als nieuw’, krijg ik daar twee jaar garantie op. Technisch is het toestel nagekeken, de batterij is vaak vervangen en de software is schoon. Het prijsverschil met een nieuw exemplaar bij Coolblue of Apple zelf kan oplopen tot honderden euro’s.
Natuurlijk, je moet opletten. De gradaties – van ‘A-grade’ (als nieuw) tot ‘C-grade’ (zichtbaar gebruikt) – zijn cruciaal. Ik heb wel eens de fout gemaakt om voor de allergoedkoopste optie te gaan, waarna ik een iPad ontving die eruitzag alsof hij als dienblad in een café was gebruikt. Maar als je kiest voor de hoogste gradatie, is het verschil met nieuw nauwelijks waarneembaar. Het enige dat ontbreekt is het plastic folietje om de doos, en dat is een offer dat ik graag breng voor driehonderd euro korting.
Fashion: De jacht op Vinted
In de mode-industrie is de verschuiving nog zichtbaarder. Fast fashion ligt onder vuur, en terecht. De kwaliteit van een gemiddeld H&M-shirt is na drie keer wassen verdwenen. De tegenreactie is de explosieve groei van Vinted. Het is verslavend. De app is zo gebouwd dat het voelt als een spel: de jacht op dat ene unieke item voor een prikkie.
Toch is Vinted niet heilig. Het platform heeft een groot nadeel: de bijkomende kosten. Je ziet een leuke trui voor 5 euro. Koopje, denk je. Maar dan komt er kopersbescherming bij, en verzendkosten. Plotseling kost die trui 12 euro. Dat is nog steeds goedkoop, maar procentueel een enorme stijging. Bovendien is de logistiek een nachtmerrie. Je bent afhankelijk van particulieren die soms pas na vijf dagen naar een Homerr-punt wandelen.
Hier ligt een enorme kans voor de gevestigde orde. Zalando heeft dit begrepen met hun ‘Pre-owned’ categorie. Ze nemen de logistieke rompslomp weg. Je koopt een tweedehands item, maar krijgt de service, leverbetrouwbaarheid en retourvoorwaarden van Zalando. Dit is de toekomst van re-commerce: het gemak van nieuw, met de prijs en het duurzame karakter van tweedehands. Ik voorspel dat over vijf jaar elke grote webshop in de Twinkle100 een prominente sectie voor tweedehands goederen heeft, simpelweg omdat ze anders marktaandeel verliezen aan de peer-to-peer platformen.
Interieur en design: Van IKEA naar Whoppah
Ook in ons interieur willen we niet meer allemaal hetzelfde. De tijd dat elk Nederlands huishouden dezelfde Billy-boekenkast en Lack-tafeltjes had, is voorbij. We willen karakter. Marktplaats blijft hier koning, maar voor het hogere segment is Whoppah een interessante speler. Ze cureren het aanbod. Geen rommel, maar design.
Het mooie aan designmeubels is dat ze waardevast zijn. Een nieuwe bank van een budgetketen is na vier jaar niets meer waard. Een tweedehands Eames-stoel of een vintage dressoir kun je vaak na een paar jaar voor dezelfde prijs (of meer) weer doorverkopen. Het is geen consumptie, het is bruikleen. Deze mentaliteitsverandering – van bezit naar gebruik – is fundamenteel voor de circulaire economie.
Is het echt duurzaam of is het greenwashing?
We moeten wel kritisch blijven. Re-commerce wordt vaak gepresenteerd als de heilige graal van duurzaamheid. En ja, het verlengen van de levensduur van een product is altijd beter dan nieuw produceren. Maar er is een valkuil: het rebound-effect. Omdat tweedehands kleding zo goedkoop is op Vinted, kopen mensen méér. In plaats van één nieuwe jas, kopen ze er drie tweedehands. De totale consumptie neemt niet af, hij verschuift alleen.
Daarnaast is de logistieke impact van al die individuele pakketjes enorm. Als ik vijf items koop bij vijf verschillende verkopers op Vinted, rijden er vijf busjes rond. Bij een centraal magazijn van Wehkamp of Bol kunnen die items in één doos. De ecologische winst van het producthergebruik wordt deels tenietgedaan door de inefficiënte logistiek.
Conclusie: De slimme mix
Tweedehands is niet meer voor mensen die geen geld hebben; het is voor mensen die kunnen rekenen. Mijn strategie is simpel: elektronica en auto’s koop ik refurbished of jong gebruikt vanwege de afschrijving. Meubels zoek ik vintage voor de kwaliteit en stijl. Ondergoed en sokken koop ik nieuw (laten we wel hygiënisch blijven).
De retailsector moet wakker worden. De fysieke winkel kan hierin een rol spelen. Stel je voor: een Coolblue-winkel waar je niet alleen nieuwe laptops kunt testen, maar waar ook een wand vol refurbished modellen staat die je direct kunt meenemen. Of een kledingwinkel waar je oude items kunt inleveren voor winkeltegoed, die vervolgens in een ‘vintage corner’ worden verkocht. De scheidslijn tussen nieuw en gebruikt vervaagt. En dat is maar goed ook. Het dwingt fabrikanten om producten te maken die langer meegaan, want de restwaarde wordt een verkoopargument. Re-commerce is geen trend, het is een noodzakelijke correctie op onze wegwerpmaatschappij.

