Picnic bezorger staat geparkeerd met een klein elektrisch voertuig op de stoep en een grote AH truck verderop in de straat
Winkelen & Winkelervaring

Supermarktenoorlog: Waarom Picnic mijn hart (en portemonnee) heeft veroverd

Albert Heijn is cultureel erfgoed, onlosmakelijk verbonden met ons dagelijks leven. Toch is mijn loyaliteit verschoven naar de uitdager die de spelregels herschrijft: Picnic. Voor mij is dit niet zomaar een alternatief, maar de supermarkt van de toekomst.

Het is een strijd tussen twee tijdperken. Waar AH de traditionele reus is die knap digitaliseert, is Picnic een nieuwkomer die denkt in data in plaats van winkels. Als consument merk je dat verschil niet in de spreadsheets, maar in het gebruiksgemak. En precies dat gevoel heeft mij doen overstappen.

De logistieke paradox: Waarom de bus wint van de taxi

Om te snappen waarom Picnic zo’n snaar raakt, moeten we het hebben over de grootste ergernis van online boodschappen doen: de bezorging. De ‘last mile’ – de rit naar je voordeur – is peperduur.

Albert Heijn hanteert hier het ‘taximodel’. Jij bepaalt wanneer je je boodschappen wilt, en AH stuurt een grote bus speciaal naar jouw wijk. Soms voor jou alleen, soms voor een paar buren. Dat is luxe, maar inefficiënt. En wie betaalt die inefficiëntie? Juist, jij. Het voelt bij AH vaak alsof je gestraft wordt voor het feit dat je klant bent. Je betaalt bezorgkosten, tenzij je voor een bepaald bedrag aan specifieke actieproducten koopt.

We kennen het allemaal: je mandje is gevuld, maar je mist nog drie euro voor gratis bezorging. Vervolgens laat je je verleiden tot het kopen van vier flessen wasverzachter die je eigenlijk niet nodig hebt, puur om die vijf euro bezorgkosten te besparen. Het resultaat is een voorraadkast die uitpuilt en een kassabon die hoger is dan gepland.

Picnic draaide dit om en introduceerde de moderne melkboer: het ‘busmodel’. Zij bepalen de route. Jij weet niet exact hoe laat ze komen, maar wel dat ze in jouw wijk altijd op woensdagmiddag rijden. Doordat ze bij wijze van spreken de hele straat in één keer bedienen, zijn de kosten laag.

Voor mij als klant voelt dit als een bevrijding. Gratis bezorging, altijd. Geen kleine lettertjes, geen ingewikkelde bundels. Het minimum bestelbedrag is laag (rond de 35 euro), waardoor ik ook kan bestellen als ik maar voor een paar dagen eten nodig heb. De drempel is weg. Bij AH is bestellen een rekensom; bij Picnic is het een automatisme.

App-First: Rust in plaats van ruis

Albert Heijn heeft een app die alles kan. Misschien wel te veel. Het is een digitale vertaling van hun fysieke winkel: vol met prikkels, bonusaanbiedingen, recepten, spaarkaarten en scanners. Het is knap gemaakt, maar het voelt soms als een kermis.

Picnic heeft geen winkels. Hun enige vastgoed is het scherm in je broekzak. Die ‘mobile-first’ strategie zorgt voor een oase van rust. De app is simpel, snel en doet precies wat hij moet doen. Hij onthoudt wat ik vorige week kocht en suggereert logische aanvullingen. Binnen drie minuten zijn mijn weekboodschappen gedaan.

Maar de echte magie – en ik gebruik dat woord niet lichtzinnig – zit in de levering. Bij Albert Heijn krijg ik een tijdvak. “We komen tussen 14:00 en 16:00.” Dat betekent twee uur lang thuisblijven, niet durven stofzuigen omdat je de bel misschien niet hoort, en hopen dat ze niet aan het einde van het blok zitten.

Picnic geeft je de ‘boodschappenradar’. Op de dag van bezorging zie ik in de app het wagentje live op een kaartje door mijn wijk rijden. Ik zie: “Nog 3 stops voor jou, Peter komt over 8 minuten.” Ik krijg een melding als ze de straat inrijden en nog eentje als ze voor de deur staan. Dit lijkt een gimmick, maar het geeft mij de controle over mijn tijd terug. Ik kan nog snel even de hond uitlaten of de kinderen in bad doen, want ik weet tot op de minuut wanneer ik open moet doen. Het maakt van wachten een zorgeloze ervaring.

Groen doen zonder gedoe

We willen allemaal duurzamer leven, maar het moet wel makkelijk zijn. Hier speelt Picnic slim op in. Hun duurzaamheid is niet alleen een paragraaf in het jaarverslag; het rijdt door je straat.

De bezorgbussen van de traditionele supermarkten zijn vaak nog grote dieselvoertuigen. Ze blokkeren smalle straatjes, maken lawaai en laten de motor draaien tijdens het uitladen. Zelfs als je weet dat ze aan het vergroenen zijn, voelt zo’n ronkende bus in een woonerf toch als ‘oude wereld’.

De wagentjes van Picnic zijn smal, stil en 100% elektrisch. Ze zoeven de stoep op zonder het verkeer te hinderen. Het geeft het merk een enorme ‘gunfactor’. Als er een Picnic-wagentje stopt, ziet dat eruit als een vriendelijke service. Het voelt lokaal en schoon.

Nog indrukwekkender is wat je niet ziet: de strijd tegen voedselverspilling. Een gewone supermarkt moet zijn schappen vol leggen, in de hoop dat jij die ene zak spinazie koopt. Wat overblijft, gaat vaak weg. Picnic werkt ‘just-in-time’. Als ik vanavond mijn brood bestel voor morgenochtend, gaat die order direct naar de bakker. Die bakt vannacht precies wat er besteld is. Het brood is verser en er wordt niets weggegooid. Picnic communiceert dit ook actief. Het geeft mij als consument het prettige gevoel dat mijn luiheid (boodschappen laten bezorgen) daadwerkelijk bijdraagt aan een betere wereld.

De menselijke maat in een digitale keten

Het is ironisch: het bedrijf zonder fysieke winkels voelt persoonlijker dan de winkel waar ik naar binnen kan lopen. Albert Heijn voelt, ondanks de goede bedoelingen, vaak als een geoliede corporate machine. De bezorgers hebben haast – begrijpelijk, gezien hun strakke schema’s – en wisselen vaak.

Bij Picnic heten de bezorgers ‘Runners’. Het zijn vaak studenten, vrolijk en beleefd. Omdat ze vaste routes rijden, zie ik vaak dezelfde gezichten. Ze maken een praatje, aaien de kat en zetten de kratjes netjes in de gang. Het systeem is zo ingericht dat die tijd er ook is; de efficiëntie zit in de ritplanning, niet in het afraffelen van het contact aan de deur.

Ook als er iets misgaat, merk je het verschil. Een keer had ik geplette eieren. In de Picnic-app stuurde ik een foto en binnen dertig seconden was het geld teruggestort. Geen formulieren, geen wachtmuziekjes, geen wantrouwen. “Wat vervelend, hier heb je je geld terug.” Dat bouwt een vertrouwensband op die sterker is dan welke Bonus-aanbieding dan ook.

Waar de blauwe reus nog wint

Is het dan einde verhaal voor Albert Heijn? Zeker niet. De grootgrutter uit Zaandam heeft wapens waar Picnic (nog) niet tegenop kan.

Ten eerste: de keuze. Picnic heeft een prima basisassortiment, maar het is gecureerd. Zoek je die ene specifieke Japanse sojasaus, een exclusief speciaalbier of dat bijzondere stukje vlees voor de kerst? Grote kans dat Picnic het niet heeft. Albert Heijn is de koning van het assortiment. Voor de culinaire hobbykok voelt Picnic soms als een keurslijf.

Ten tweede: nu, nu, nu. Picnic werkt vaak met een wachtlijst voor nieuwe klanten en je moet je bestelling meestal een dag van tevoren plaatsen (hoewel dit steeds sneller wordt). Maar ben je de melk vergeten? Heb je nu zin in chips? Dan heb je niets aan Picnic. De kracht van AH is de combinatie van winkels en online. Je kunt altijd even snel naar de winkel rennen. Die fysieke aanwezigheid blijft een machtig anker in ons dagelijks leven.

Ook de kwaliteit van versproducten – met name groente en fruit – is bij AH extreem constant. Picnic heeft hier in het begin steken laten vallen. Hoewel ze een inhaalslag maken, zit het vertrouwen dat de avocado van de AH altijd goed is, diep geworteld.

Conclusie: De nieuwe standaard is gezet

De opkomst van Picnic – en de steun van grootmachten zoals het Duitse Edeka – laat zien dat de kaarten opnieuw geschud worden. De markt is niet meer vanzelfsprekend van de oude garde.

Albert Heijn probeert terug te vechten. Ze komen met de ‘AH Compact’ app, experimenteren met kleinere bezorgbundels en zetten in op elektrisch vervoer. Maar ze hebben last van de wet van de remmende voorsprong. Ze moeten een gigantisch, winstgevend apparaat van fysieke winkels en oude logistiek ombouwen, terwijl de winkel open moet blijven. Picnic heeft die ballast niet en kan vanaf nul de ideale keten bouwen.

Voor de grote, wekelijkse gezinsboodschappen heeft Picnic voor mij de code gekraakt. Ze hebben de wrijving weggenomen. Geen gesjouw, geen onverwachte kosten, geen onduidelijkheid over tijden. Ze hebben van een vervelend huishoudelijk klusje een soepele, bijna leuke digitale ervaring gemaakt.

Albert Heijn blijft mijn betrouwbare vriend voor de specifieke ingrediënten, de luxe producten en de snelle boodschap. Maar voor de basisvoorraad? Daar heeft de sympathieke uitdager met de elektrische wagentjes gewonnen. Picnic is niet langer het ‘leuke initiatief’; het is de nieuwe standaard waaraan iedereen zich moet meten. En zolang ik bij de blauwe concurrent moet betalen om geld uit te mogen geven, blijft mijn digitale winkelmandje rood-wit gekleurd.